|
|
|
Zondag 8 september 2002
Dubois naar Grant Village
Miles 105
35 met de auto 70 met de fiets
weer: 4 onder nul tot 9 graden boven nul
Sneeuw, stomverbaasd maakte Mario mij wakker. Er ligt sneeuw op de autos en op de weg, wat nu?? We moesten vandaag ook nog een flinke pas over, dus als hier al sneeuw ligt, wat dan op de pas??? Spoken van afdalen over dichtbesneeuwde wegen, niet meer warm kunnen worden van de kou, de ravijn instorten omdat de remmen niet werken, kortom .. hier waren we niet echt op voorbereid. Onze aardige, hulpvaardige moteleigenaar reageerde; Good for us, but bad for you!
Maar bood ook onmiddellijk aan, ons over de pas te brengen naar een snowfree area. Wat wij natuurlijk opgelucht met beide handen aannamen. Mario was zo blij dat hij hem spontaan een zoen op zijn voorhoofd gaf.
Onze fietsen werden achterin zijn truck geladen en bibberend van de kou namen we plaats in zijn auto.We konden er niet om heen, het was een schitterend gezicht. Maar was het nu zomer, of leefden we echt al in de winter????
Toen we over de pas heen waren, bracht hij ons naar de eerste plek waar hij goed kon parkeren en je wilt het geloven of niet, het hield op met sneeuwen en de zon begon waterig te schijnen. Ons geloof in God en het verhoren van gebeden is tijdens deze reis aanzienlijk toegenomen.
Vol goede moed gingen we verder. Het zou vast weer gaan lukken deze dag.
Het uitzicht op de Tetons was schitterend. De toppen hadden verse sneeuw en stonden boven de wolken uit trots de hemel in te prijken.
Na een mooie maar koude afdaling betraden we het Teton National Park. Het werd meteen een stuk drukker, dagjesmensen in RV bussen, maar ook bussen volgeladen met toeristen reden op de smalle wegen van het ene mooie uitzichtpunt naar het andere. Je moest uitkijken dat je niet voortdurend van de weg gereden werd. Gekscherend waren we daar al voor gewaarschuwd. Look out for the rvs werd gezegd, in plaats van look out for the wild animals.
Op een parkeerplek stonden allerlei mensen naar het mooie uitzicht op de Tetons te kijken. Ik was al een stuk verder gereden en draaide mij om naar Mario, om te vragen of hij een foto van de Tetons wilde maken.
Tot mijn grote verbazing zag ik een hoofd van een beer uit de greppel van de parkeerplaats steken op nog geen drie meter afstand van Mario. In een flits keken beer en Mario elkaar aan, de beer taxeerde de mogelijkheid om voor Mario de weg over te steken of nog even te wachten tot het obstakel weg was en Mario of hij de beer wilde fotograferen of toch maar snel weg zou fietsen. De beer en Mario kozen beide voor de laatste oplossing.
En ik ik schrok mij kapot, op nog geen meter afstand huppelde achter Mario een beer de weg over. Met de bibbers in onze benen reden we snel verder ..alle andere National Park bezoekers hadden van dit avontuur weinig meegemaakt.
Na een kop koffie uit onze thermosfles ging onze weg door het park verder. Na de beer zagen we ook nog van heel dichtbij een paar prachtige proghorns, dat zijn dunne en vooral slanke herten.

De natuur is prachtig en het rijden ging lekker, we waren nog redelijk op tijd en hadden zin om door te rijden. Eigenlijk was de planning om in Colter Bay te overnachten, maar we besloten toch om verder te gaan. Dat betekende dat we het Teton National Park zouden verlaten en het Yellowstone in zouden gaan. Voor de uitgang van het Teton gingen we nog even zitten bij het bord van het park, om wat te drinken. Toen er een bus vol Japanners voor ons stopte. De ene na de andere Japanner stapte uit met fototoestel en begon het bord van het Teton park te fotograferen. Wij voelden ons teveel en stonden snel op. Tot onze verbazing werden wij weer gemaand om te gaan zitten. Het bleek dat wij bijzonderder waren dan het bord van het Tetonpark en iedereen graag met ons op de foto wilde

Na een paar fotos kregen wij het er benauwd van en voelden ons tot het wildlife behoren dat door toeristen druk gefotografeerd wordt.
Mario vluchtte weg en ik moest mijn best doen om mijn fiets weer terug te krijgen. Want de laatste truc van de Japanners was, achter mijn fiets gaan staan en je dan laten fotograferen .
Na dit avontuur begonnen we aan een prachtige maar lange stijging langs de Lewisrivier in het Yellowstonepark. Veel toeristen schreeuwden uit de auto ons bemoedigingen toe of kwamen naast je rijden om een praatje met je te maken. Een automobilist zette zelfs op een parkeerplaats zijn auto stil en gaf Mario een hand met de woorden: I am proud on you!!!!!

In Grant Village kregen we een hiker/biker plaats toegewezen en deden we al ons voedsel in de food storage of berenkast. Zelfs de kleren die met voedsel in aanraking gekomen waren moesten erin. Ook de benzinebrander, lekkere luchtjes, tandenborstel en tandpasta. Inmiddels werd het steeds kouder en kouder en deden wij allerlei lagen kleren aan om warm te blijven.
Er kwam nog biker aan: Stephan. Hij fietste naar Californie en had geen tent bij zich, maar alleen een klein zeiltje. Daar ging hij op een dun matrasje onder liggen met kleren aan. Hij was snel klaar met zijn tent opzetten, maar zijn slaapzak was nog nat. Wij verwonderden ons over zijn moed .in de vrieskou, met de beren in je nek, in een natte slaapzak. Ik moet er niet aan denken.
Na het eten en het alles berenvrij in orde brengen voor de nacht, zijn we op onze zitlap naast het vuur gaan zitten om warm te worden. Op een gegeven moment zaten we haast in het kampvuur en waren we van voren lekker warm maar rilden we verder van de kou. Nadat het laatste blok opgebrand was vertrokken wij naar onze slaapplaats en verdwenen wij met kleren aan in onze slaapzakken.