|
|
|
Zondag 11 augustus 2002
Springfield ( Missouri) naar Pittsburg ( Kansas)
Miles: 95 ( kaartje 103,102,101, 100 voor de helft en nog een stuk van de Randy MacNelly)
Temperatuur: 24 tot 38 graden
Zijwind en redelijk bewolkt
NOW WE ARE TALKING
Na een goede nachtrust en een lekker diner bij Applebee, vertrokken we om 6 uur uit Springfield. Het was nog schemerdonker en er waren niet veel mensen op de weg.
Het was per slot ook zondagochtend, een rustdag. Behalve voor ons want wij waren van plan een flinke slag te slaan, twee dagetappes van Donna aan elkaar geplakt om de Verloren Platte Banden Tijd weer in te halen.
Vertrekken uit een grote stad is altijd een gedoe, zeker als je op de fiets bent. Alleen grote highways en interstates leiden van en naar de stad. Wat betekende dat, toen we de weg vroegen, er ook alleen maar aanwijzingen via de interstate kwamen.Echter, de interstates zijn verboden voor fietsers, dus we hadden een probleem. Mario vond dat het wel kon, het was per slot zondagochtend . Hij was al vertrokken voordat ik tegen kon stribbelen. Daardoor kon ik niet veel anders doen dan achter hem aanrijden en hopen dat de sherrif nog niet erg actief was.
Het enige voordeel dat het rijden op een interstate had, dat de weg redelijk vlak was en we dus flink hard konden rijden. Maar het fietste toch niet echt ontspannen. Toen bleek dat er een weg parallel aan de interstate liep,( waarschijnlijk het vervolg van de route 66) besloten we toch maar voor onze veiligheid die te nemen.
Toen we bij een benzinestation koffie gingen refillen ( we worden echte Amerikanen) sprak de sherrif Mario aan en vroeg waar hij vandaan kwam en wat hij gereden had.
Trots vertelde hij dat we van Coast to Coast reden en de agent vroeg daarna: Where is your backup?? Waarop hij antwoordde: That is my wife. Prompt daarop kwam ik in fietskleren met helm op binnen . Ik kreeg even een bloeper in mijn buik, vanwege het interstateverhaal, maar liep vrolijk lachend langs hen heen naar de wc mij niet bewust van het gesprek wat Mario en de sherrif hadden. Het gezicht van de sherrif sprak boekdelen, hij had zijn vrouw en collegas weer wat te vertellen.
Om 8 uur zat Mario aan een ontbijt met biscuits en gravysaus ( een soort warme zoute pap op zoete broodjes) gebakken eieren en spek.
Het weer was lekker en het landschap was nog flink rolling, met wat steep hills om goed afscheid van de Orzarks te nemen. In Pennsboro zou een mini-market zijn, waar we onze water en cola-voorraad aan zouden kunnen vullen. Maar 5 jaar geleden was de eigenaar er mee gestopt, dus ..wat nu. We waren net een kerk gepasseerd waar mensen uitkwamen, die zouden wel water hebben. Vreemd genoeg lukte dat niet, want volgens zeggen was er geen water in de kerk ..Was er dan ook geen wc?????
Dan maar op zoek naar een huis en vriendelijke mensen. Lukte ook deze keer weer, het kwam zei de mevrouw wel vaker voor dat er bikers om water kwamen vragen, iedereen rekende op de mini-market .
Met volle bidons gingen we weer verder, op naar Golden City, waar de beroemde pie te krijgen zou zijn volgens de informatie uit onze Donna-boek. Het landschap werd vlakker en opener. Er waren zelfs hele stukken prairies te zien, die nu staatseigendom waren. Hooi lag in rollen op het veld, het was hier droger, maar op veel velden zag je waterinstallaties om het land te kunnen verzorgen.
De wind was warm en het waaide flink van de zijkant. De wegen werden rechter en uitgestrekter. We gingen als oefening op Kansas stayeren, elkaar uit de wind houden en om de beurt de kop nemen. Bij elke grote kruising namen we een bidon met water en tijdens het rijden slurpen uit de camelbag op onze rug.
Het cafe in Golden City bleek het enige cafe te zijn en inderdaad zo beroemd als Donna beschreven had. Er stonden zelfs buiten mensen in de rij te wachten. Hoe kregen we het ook voor elkaar: om 13.00 uur op zondagmiddag in een dorp bij een beroemd cafe!!!!!! Toch lukte het om een plaatsje te krijgen en genoten we even daarna van het beroemde draadjesvlees en appelpie met vanilleijs.
Als je stilzit heb je even tijd om naar de mensen om je heen te kijken. Mario zag een mevrouw met haar hoofd op haar borst in plaats van op haar romp en veel mensen die slecht liepen of een attack hadden gehad. We waren erg dankbaar voor onze gezondheid en hadden weer nieuwe moed om verder te gaan.
Het begon echt op Kansas te lijken, de uitgestrektheid, de rechte wegen, geen dorpjes of benzinestations langs de kant van de weg, alleen maar uitgestrekte velden en veel warme wind .en heel weinig schaduw.
Voor we het wisten hadden we alweer drie bidons leeggedronken en waren we blij met de schaduw van een paar grote bomen bij een huis, waar we neerploften om wat te drinken en even van onze fiets af te zijn. Een vriendelijke jongen kwam uit het huis met koekjes, ijs en water ..Hij vond dat we maar laat in het jaar langskwamen, de meeste bikers kwamen eerder langs. Tja, dat wisten wij natuurlijk ook al.
Op naar Kansas. Trots waren we toen we tegen half 6 Kansas inreden. We hadden bijna 100 miles gereden, waarschijnlijk de langste afstand van de hele reis. Now we are talking, riep Mario steeds maar weer. Dat moet je bij deze dag zetten.
Hij had die zin opgevangen tijdens een gesprek met twee Amerikanen. Die waren ergens over aan het onderhandelen,maar de onderhandelingen verliepen wat stug. Op het moment dat de ene Amerikaan een lager bod deed, riep de andere: Now we are talking. De onderhandelingen waren daarna snel afgelopen. Vanaf dat moment roept Mario bij alles wat zoden aan de dijk zet: Now we are talking ..95 miles Now we are talking
Toen hij zijn fietskleren uitdeed en constateerde dat hij een prachtige blaar op zijn billen had , moesten we toch wel een beetje lachen. Zoveel miles rijden tot je de blaren op je billen hebt zitten Now we are talking
Gelukkig hadden we Compeed bij ons, niet alleen geschikt voor blaren op je voeten zoals het plaatje aangeeft, maar ook geschikt voor blaren op je billen .Morgen maar een rustdag, voor onze spieren en de blaar van Mario.