|
|
|
Donderdag 15 augustus 2002
Eureka naar Newton
Miles: 83
Temperatuur: 23 tot 38 graden
Veel harde zijwind en 12 miles echte Tailwind
In het begin erg mistig
We reden om half 8 in de mist weg. Hierdoor leek het wat killer, maar het bleek toch al 23 graden te zijn. Nadat we koffie in de thermoskan gedaan hadden, konden we echt op pad. Het bleek een lange rechte weg te zijn, ( Hoe kan het ook anders in Kansas) waar veel heavy traffic op reed. De sholder was smal en daarnaast lag gravel, hard gras en tumble weed. Bovendien was de weg hoger dan de berm, dus je kan je voorstellen dat we met man en macht probeerden niet in de berm ( 10 centimeter lager) terecht te komen. En ik moet zeggen dat was een hele toer, want we werden voortdurend ingehaald door grote veewagens die zon klap veroorzaakten dat je het gevoel had dat je fiets onder je vandaan gezogen werd. Als er twee na elkaar kwamen kon je helemaal je lol op. Mario maakte er een spel van, hij noemde het surfen in de slipstream van de autos.
Doordat we zo ingespannen aan het rijden waren, zagen we pas op het laatst dat er aan de kant van de weg in een weiland koeien in een veewagen gedreven werden.
Sensatie, dit was echt het wilde westen.!!!! Cowboys met grote hoeden en lassos en jammerende koeien die niet de wagen in wilden.
Door drie heren en 1 dame waren de koeien eerst vanuit het land in een soort ren gedreven. Daarna werden ze in kleine groepjes in een loopren gedreven die eindigde in de veewagen. Alles ging niet zachtzinnig, zelfs een stok met stroomstoten werd gebruikt.
Na deze ervaring gingen we weer verder, gelukkig nog een paar mile en dan zou er een smallere en minder drukke weg komen. Toen ook nog bleek dat we op deze weg echte tailwind hadden, konden we even ons geluk niet op. We zoefden keihard de heuvels op en neer.
Dit heuvelachtige gedeelte van Kansas noemen de bewoners van Kansas heel erg trots hun Flint Hills. Wij denken eerder aan een flinterdun aftreksel van de Moutains in Virginia. Alhoewel later zou blijken dat met de hele dag flinke zijwind, ook deze flinterachtige heuvels vermoeiend kunnen zijn.
Op die country road waar we tailwind hadden en zo leuk op en neer zoefden kwamen we een running-turtel tegen. Die we als echte klaar-overs geholpen hebben om zonder ongelukken de weg over te komen. Hij was zo te zien redelijk volwassen en had het blijkbaar al eens vaker gedaan, want hij keek verwaand naar ons op toen we hem toespraken en ging nog harder rennen.
We waren nog niet over de schok van de running-turtel heen, toen we midden op de weg 6 grote roofachtige vogels in een prooi zagen prikken. 5 vlogen weg toen wij eraan kwamen, maar 1 bleef eigenwijs zitten. Nadat we een foto gemaakt hadden en hem op de video vastgelegd hadden, ben ik er met een vaart langs gescheurd. Eng hoor, want ik ben als de dood voor vogels. Hij vond het maar niets om zijn prooi achter te laten en scheerde over mijn hoofd terug richting zijn prooi. Volgens mij heb ik even heel erg hard gereden .
Een paar miles hierna kwamen we Mustang paarden tegen, die prachtig tegen de horizon te zien waren en vrij rondliepen in gigantische grote velden.

Daarna was de tailwind afgelopen en kregen we de wind schuin van opzij. Hij was inmiddels hard geworden en we moesten erg ons best doen om niet in de berm geblazen te worden.
Bovendien was het weer inmiddels erg dreigend donker geworden en toen we ook nog Eastbounders tegen kwamen die vertelden dat er een Big storm coming was en Nickerson ( een dorp verderop waar we doorheen moesten) door een storm volledig plat geslagen was, besloten we toch maar weer voor de veiligheid te kiezen en in Newton naar een motel te zoeken. Het was inmiddels het derde stel Eastbounders wat we tegengekomen waren met verhalen over campings die overstroomd waren, orkanen, thunderstorms, big storms en city parken waar je Jakkie tegen zegt. Hun verhalen bevestigden onze indrukken, dus .
De weg naar Newton was recht ( wel 38 miles) zonder service punten, zoals het keurig op de Trans Am kaarten vermeld staat en lang. We hadden nog geluk met de zijwind, want als we hem tegen gehad hadden waren we waarschijnlijk stuk aangekomen. Bij een kerk van de Mennonieten ontdekte Mario een kraantje, waar we onze bidons bijgevuld hebben met heerlijk koud water. Doordat de wind steeds vanuit dezelfde richting waait, groeien de bomen ook schuin. Hierdoor hoef je nooit te vragen welke kant de wind waait, want je kunt het heel erg goed aan de bomen zien.
Een paar miles later kreeg Mario een lekke band, deze keer zijn voorband. Maar doordat we goede spullen hadden, duurde het 10 minuten voordat we weer verder konden. Het was wel een vervelende plak, want we moesten op de weg blijven staan. Door het tumble weed konden we niet meer onze fietsen langs de kant in de berm zetten .Tumble weed heeft doorntjes die gaten veroorzaken en dus platte banden .
En er was ook geen uitrit in de buurt waar we konden gaan staan. Mijn fiets maar defensief op de weg, gele jasje aan en doorwerken maar. Gelukkig kwamen er alleen maar aardige mensen langs rijden , die met een redelijke grote boog om ons heen reden.
Moe kwamen we in Newton aan, eerst nog wat gezwommen om de spieren te ontspannen daarna op zoek naar de Chinees waar een all-you-can-eat-buffet was.
Door de opgebroken wegen moesten we een heel eind om, kwamen we laat aan en reden we in het donker ( half negen) weer terug naar ons motel. Fotos inladen, verslag schrijven en dan lekker slapen. Morgen een wat minder langs stuk om te fietsen , een leuk vooruitzicht